logo


Over de kracht van het verhaal

Hoe overtuig je iemand? Nou, dat is nog niet zo eenvoudig.
Je ideeën kunnen zomaar stranden. Of erger, mensen lachen erom. Wuiven het weg.

Het begon met deze poster.

In het huisje dat ik deze zomer huurde in de Ardennen
hing-ie op de deur van de plee.

Dat had ik weer, als liefhebber van het spul.

Ik eet zelden foie gras, maar wanneer ik in België of Frankrijk ben,
staat het minstens eenmaal op het menu.

Daar probeerde de verhuurster een stokje voor te steken.

Overal in het huisje werd ik middels posters en tegelwijsheden
herinnerd aan het kwaad in deze wereld: dierenleed, onrecht in het Midden-Oosten, consumentisme.

Waarom de huurbazin dit alles met mij wilde delen?

Ik was daar immers voor mijn plezier. Ik ergerde me aan haar nukkige kijk op het leven.

De poster met de gans. Gehuld in een sadomasochistisch pakje.
Je kunt slechts raden wat daarmee bedoeld wordt. Dieronterend.

Mijn vermoeden is als volgt: de organisatie wilde graag iets ‘ludieks’ doen.
Daar hebben ze toen heel lang over nagedacht.

Hun onderzoek voerden ze uit binnen de veilige muren van het dierenactivisme.

Slechte ideeën werden snel kopje onder geduwd en ze spraken nimmer
met personen uit hun doelgroep: chefs, liefhebbers, levensgenieters.

Barbaren.

Nee, de organisatie vroeg goedkeuring aan hun zielsverwanten en iedereen was het er roerend mee eens.
Of juist niet. Dat doet er niet toe.

Het resultaat? De poster werd geweigerd op alle stations in België.

Hoe kon dat nou?
Allez, men vond de poster shockerend.

Ik denk dat het concept op de plank van de slechte ideeën had moeten blijven staan,
maar het had op een of andere wijze toch de voorrondes doorstaan en zich geschaard tussen de goede ideeën.

Slechte ideeën bannen is een slecht idee.
Ze horen thuis in een lange lijst, die je niet klakkeloos mag weggooien.

Zo werkt dat met een brainstorm. Vindingrijkheid komt vanzelf bovendrijven.
Als je maar heel veel slechte ideeën hebt.

Wie ‘A Whack on the side of the Head’ las, een oeroud boek van Roger von Oech,
weet wat ik bedoel.

Toch een voorbeeld?

Thuis tekenen wij veel. Mijn vrouw, kinderen en ik vinden het fijn een beetje voor ons uit te krassen.
Op sommige dagen, met name in de vakanties, wagen we ons wel eens aan een schilderijtje,
maar aan de keukentafel gebruiken we wat voorhanden is.

Stukkie papier, een afgekloven pen. Het maakt niet uit.

We geven elkaar dan om beurten opdrachtjes.

‘Teken een komkommer die de ramen zeemt’

‘Een mier op rolschaatsen’

‘Zestien soldaatjes in onderbroek’

En zo tekenen we soms wel een uur achtereen. De resultaten staan in schril contrast met elkaar. Grootte, techniek, kleur.

Hoe mijn dochtertje een mier op rolschaatsen tekent is ronduit geniaal.
Echt waar.

Terug naar de poster met de gans. Die is te geforceerd, te bedacht en hangt nu ergens in een klein huisje in België en waar niemand ernaar kijkt. Het is doodzonde dat de doelgroep niet bereikt wordt. Want die staat best open voor kritiek.

Neem Dan Barber. Die weet de ware aard van het probleem te benoemen:

Kunnen we een lekker menu samenstellen zonder foie gras? Ja, natuurlijk. Maar je kunt ook de Tour de France rijden zonder doping, toch? Niet veel mensen doen dat. En met een goede reden.

Dan Barber loopt als chef al jaren mee in de culinaire voorhoede in Amerika, kent de industrie, weet veel over voedsel en denkt na over de status quo.

Hij laat ons alternatieven zien en onderbouwt die met een goed verhaal.
Hij weet wie zijn publiek is. Want wanneer ik naar hem luister knik ik telkens ja.

Het is het kenmerk van een goede salespitch: ja-knikkers aan de overkant.

Het resultaat: 437.436 views tot nu toe, alleen al op TED.

Kijk maar hoe hij de voedselindustrie aanpakt: